en toen hij het kasteel verliet was het stil
achter hem,
de lucht was grijs,
de rozenhagen hoog en stijf,
er scharrelden wat mussen rond,
maar hij had haast, wist niet waarom,
en toen iemand hem staande hield en vroeg
of het al donker was
wist hij ook dat niet
en zei dat het waarschijnlijk nog licht was
en dat hij het zelden mis had
en reed toen door.
Thuisgekomen werd hij bestormd: "En?
Heb je haar gekust?"
"Ach," zei hij, dàt ben ik vergeten," sloeg zich
voor zijn hoofd.
Maar toen hij terugkwam, spoorslags,
was het kasteel verdwenen, of was er nooit geweest,
en hij kwam niemand tegen, de geur van rozen
was hij kwijt.
(Uit: Alleen liefde, Toon Tellegen, Querido Uitgeverij 2002)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten