vrijdag 1 maart 2013

Roodkrabje

Op een mooie lentedag
zwom Roodkrabje rond in zee.
Ze had in haar mooie mandje
plankton en garnalen mee.

De zeewolf lag op loer
en zwom wat dichterbij:
"Hé, lekker krabbeding,
is dat mandje daar voor mij?"

Roodkrabje zei gevat:
"Zwem heen, gemene vis.
Je weet maar al te goed
dat dit voor oma is."

Toen Krabje even later
bij oma arriveerde
viel het haar wel op
hoe soepel ze rechtveerde.

Haar ogen puilden uit
en raar, maar ze had vinnen.
Roodkrabje wist niet goed
wat ze hiermee moest beginnen.

"Vraag maar naar mijn tanden"
zei de zeewolf toen meteen
en slokte haar naar binnen
zonder verder handgemeen.

Sherif Haai die had gezien
welke ramp zich had voltrokken
en redde, toen de zeewolf sliep,
de krabben zonder brokken!

Sherif sneed de zeewolf open
en bereidde de filet.
Ook de oma en Roodkrabje
smulden gretig hiervan mee!

(Uit: Een potje tijd, Raf Missorten, Uitgeverij Bakermat, 2007)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten