donderdag 23 mei 2013

Brieven aan Doornroosje


                                              30 mei
Doornroosje,

Ik  kus je en je wordt wakker.
Het duurt even.
Je kijkt om je heen.
"Wie ben jij?" vraag je.
Ik leg uit wie ik ben.
"Wat doe je?"
"Een brief schrijven."
"Aan wie?"
"Aan jou."
"Aan mij? Maar ik ben toch hier? Je kunt toch gewoon zeggen wat je schrijft?"
Ik buig mijn hoofd over mijn papier.
Dat kan ik dus niet meer.
Ik kan alleen nog maar schrijven, brieven schrijven, aan jou.
Je staat op en schudt aan me.
Ik schrijf door: "Doornroosje, nu schud je aan me..." 
Je schreeuwt in mijn oor.
"Doornroosje, nu schreeuw je in mijn oor..."
Je trekt aan mijn arm.
Ik worstel en schrijf door, hoe onleesbaar ook. 
"D mn arm..."
Het is een ziekte.
Maligne epistolisme.
Ik schrijf steeds sneller.
Twee brieven tegelijk.
Vier brieven.
Met twee handen en twee voeten.
Aan jou, alleen aan jou, die door het raam naar buiten kijkt.
Wilde brieven.
Hartstochtelijke brieven.
Tenslotte schrijf ik mijn laatste woord.
Mijn pen valt op de grond.
Stilte.
Verregaande eenzaamheid.
Op mijn grafsteen staat:

P.S. Met mij gaat het goed.

En jij, met je gloeiende ogen, je ontembare waakzaamheid,
jij wacht op een ander.

P.


(Uit: Brieven aan Doornroosje, Toon Tellegen, Querido 2003)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten