zondag 27 november 2011

Uit de brieven van de prins...

17 september

Prinses,

Iemand riep dus dat ik gelukkig ben. Er was nergens iemand te zien.
Na een hele tijd riep ik terug: "Waarom ben ik gelukkig?"
Domme vraag.
Want hij had het al gezegd: omdat ik jou ging wakker kussen.
Het was even stil.
Toen riep die stem: "Wilt u soms liever ongelukkig zijn?"
"Nee."
"Nou dan..."
Daarna was het stil.
Alleen de meeuwen krijsten, en steeds
duidelijker rook ik de geur van de zee.
Mensen hadden mij die kant op gewezen.
Ik was dus gelukkig. Zo zo.
Ik kneep in mijn vingers: gelukkige vingers.
Ik krabde aan mijn gelukkige achterhoofd.
Mijn gelukkige voeten voerden mij veerkrachtig verder.
Maar het gelukkigst waren natuurlijk mijn lippen, die
jou wakker zouden kussen.
En mijn gedachten, die dat wisten.
De weg voerde naar beneden. Een kronkelige grindweg.
Ik kwam niemand meer tegen.
Ik begon te hollen. De weg was soms zo steil dat
ik bijna niet stil kon blijven staan.
Mijn geluk gloeide in mijn hele lichaam en
lag bovendien ook nog eens als een baal meel op mijn schouders.
Al hollend werd die baal geluk steeds zwaarder,
mijn gelukkige knieƫn knikten,
de weg ging plotseling weer omhoog.
Ik, gelukzalige,
kon niet meer.
"Aan geluk bezweken", een kruis langs de weg.

P.


(Uit: Brieven aan Doornroosje, Toon Tellegen, Querido 2002)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten