ik ben je achternagegaan
maar ik vond je niet
de wind was ongenadig, kou
steeg uit de grond omhoog
ik dacht aan sprookjes waarin
wie fouten maakt verandert
in een boom, een steen
maar ik geloofde niet in sprookjes
ik geloofde in seizoenen, in dag
en nacht, in eens en ooit, ooit
zou ik je vinden
er was leegte die gevuld zou worden
wind die luwen zou en straks
de zon, die als een zoeklicht
langs de hellingen zou gaan
(Uit: Achter de bergen, Miriam van Hee, De Bezige Bij, 1996)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten